Dag 35: rustdag Wells-next-the-sea
Zondag 4 mei 2008
Dat vreemde getij van Wells wordt veroorzaakt doordat het in de buurt van de Wash ligt, de Waddenzee-achtige grote inham tussen Norfolk en de rivier de Humber. De uitstroom van de Wash en de hoofd tijstroom langs de oostkust komen elkaar bij Wells zo’n beetje tegen, vandaar het extreem lange laagwater. Het leuke is dan dat je kunt “wadlopen” op de drooggevallen zeegeul, die een zanderige bodem heeft met weinig modder.








Hoewel de geul goed betond is, moeten de tonnen regelmatig verplaatst worden. Deze ton ligt wel heel hoog en droog! Gisteren, toen ik er langs voer, viel het al op dat het daar een stuk ondieper was. Je moet ook natuurlijk de buitenbocht houden, daar is de geul altijd het diepst. In dit geval betekent dat heel dicht langs de kwelder varen.

De boten op deze foto lijken allemaal allemaal droog te liggen, maar dat is niet zo. Alleen de voorste boot ligt schuin op het zand. De boten daarachter, waaronder de Noorderzon (rechts, groen met 2 voorzeilen) drijven min of meer in de relatief diepe buitenbocht van de haven.

Na gisteren hadden we behoefte aan een dagje stilliggen. Het was prachtig weer met voor het eerst een temperatuur boven de 20 graden: lekker buiten in je T-shirtje lezen, even het dorp in voor boodschappen en je vergapen aan de Britten die met zo’n bank holiday massaal naar de kust trekken om bootjes te kijken en te shoppen.

Verder hebben we een nieuwe Nationale Britse hobby ontdekt: krabben vangen! Bij ons doen kinderen in een zeehaven dat: eindeloos met een netje scharrelen en een emmer water erbij voor de vangst. In Engeland doen ook de volwassenen mee, en hoe!

De weinige professionele vissers die er nog over zijn in Wells bestaan volledig van de vangst van krabben, kreeften en garnalen. Dat doen ze met lobsterpots, een soort variatie van onze muizenvallen, maar dan op de zeebodem. In de ronde kokertjes gaat een stuk vis als aas, de val wordt gedropt op de bodem en aan de lange touwen komt een fel gekleurd boeitje, zodat ze hem terug kunnen vinden. Je vindt ze vooral op plaatsen waar de kustlijn een bocht maakt en het ondieper is, waar het flink stroomt dus. Wij varen regelmatig door zo’n veld lobsterpots heen. Als je per ongeluk over zo’n boeitje heen vaart is er niks aan de hand, ze zijn van zacht plastic. Tenminste, als je niet op de motor vaart, wat dan kan je zo’n touw in je schroef krijgen en dat is niet leuk. Goed opletten dus op zo’n plek!


De toeristen pakken het primitiever (maar leuker) aan: een zakje aan een touwtje met daarin een stukje vis (van de fish & chips natuurlijk, die porties zijn volgens mij expres zo wanstaltig groot hier in Wells) ) en maar hengelen of er één wil bijten. Het hele gezin leeft mee terwijl pa zijn jachtinstinct uitleeft, kinderwagens (met kind) en opa in rolstoel soms gevaarlijk dicht langs de metershoge kadewand geparkeerd. Als er een krab bijt en gevangen wordt gaat een luid gejuich op. Als het beest echter de tegenwoordigheid van geest heeft om halverwege het hijswerk los te laten volgt er een kreet van teleurstelling, een beetje zoals bij voetbal wanneer er net naast geschoten wordt. Het is ook wel van dat voetbalpubliek: echt working class, veel tattoo’s. De hele kade zit er werkelijk stampvol mee en de aanpalende vreettenten doen uitstekende zaken. Als de regionale motorclub met zo’n 50 machines, veel geronk en bijbehorende lederen heren en dames acte de présence komt geven is het feest compleet. Iedereen kijkt z’n ogen uit.


Ondertussen kijken wij hoe water plaats maakt voor zand en lezen lekker onze boekjes in de zon. Heerlijk dagje!