Donderdag 3 juli 2014:
- Anstruther – Berwick upon Tweed: 38 mijl, totaal 1635 mijl
- Vertrek: 10.15, aankomst 17.15 uur
- Wind: ZW 2 tot 6
- Weer: half bewolkt, steeds meer zon, 17 graden.
Vandaag liep totaal anders dan gepland. We wilden naar Eyemouth, een tocht van 29 mijl. De laatste tijd bel ik -zeker bij kleinere havens- altijd ’s ochtends voor vertrek even vooruit naar de havenmeester van de volgende haven. Ze stellen dat op prijs, geven je een code of sleutel voor de douche of het hek en je weet dat er plek is en waar je kunt aanleggen. Zo ook vanochtend. Wat bleek: in Eyemouth zijn ze de haven aan het dreggen en ze hebben de komende week geen plek voor visiting yachts, only in case of emergency…. Alle lokale boten zijn bijeen gebracht in het overvolle visserijbasin, en verder is de dredger druk bezig in de rest van de haven.
Wat nu? Het is de enige all tide haven met jachtfaciliteiten. Een haven verderop is Berwick upon Tweed, in Engeland gelegen net over de grens met Schotland. Lastige ondiepe aanloop en de enige aanlegplek is in het Tweed Dock, een kleine beroepshaven met wat vissers en af en toe een coaster. Ik weer bellen, en de havenmeester vond het prima. Er is welgeteld één ladder langs de kade (een heel gammele zou later blijken…) die wordt vrijgehouden voor bezoekende jachten.
Inmiddels was het waterniveau in de haven snel aan het zakken en we moesten snel een beslissing nemen: gaan of niet? Het weer en de wind waren goed dus: gaan! Wel 38 mijl.
We staken met zwakke wind de Firth of Forth over, tij en wind mee, langs Isle of May en Bass Rock. In het water zeer veel Jan-van-genten, alle mogelijke soorten zeekoeten en papegaaiduikers. De wind was zeer variabel: van ZW3-4 afzwakkend naar 2 Bft. en dan weer 3-4. Motor aan motor uit dus. Ook Bij St. Abb’s Head weer ontzettend veel vogels.
Vanaf hier nam de wind flink toe tot kracht 5-6. Het was nog net bezeilbaar en er ging snel een rif in het grootzeil. Heel erg prettig is dat je hier met westenwinden onder de hoge wal vaart. Er is vrijwel geen zeegang en windkracht 6 is prima te doen.
De havenmeester had ons een duidelijke beschrijving van de aanloop gegeven, dus ondanks dat de pilot vermeldde dat je deze haven niet moest aanlopen zonder local knowledge ging het allemaal prima: 25 meter afstand tot de pier houden en evenveel afstand tot de boeien, daar is het diepste water. HW-2,5 gingen we de meanderende monding in, die goed beboeid was en voorzien van geleidelijnen. De banken waren net (niet) ondergelopen en hele wolken meeuwen verdrongen zich om het voedsel op de waterlijn.
Het Tweed Dock is inderdaad verreweg de minst “romantische” aanlegplek tot nu toe. Er liggen 7 lokale vissersboten in (en wij als enige jacht), maar verder wordt het haventerrein intensief gebruikt als overnachtingsplaats voor vrachtwagens en hun chauffeurs. De plaats ligt blijkbaar op de doorgaande route van Engeland naar Schotland. Er zijn douches en toiletten, voor “mannenbegrippen” redelijk schoon. Verder is er niets. Nou ja, een kleine Spar aan de haven en een pub. Dat is toch iets.
Gelukkig maakt de gigantische kolonie zwanen in het dock en de enthousiaste havenmeester het een en ander goed.
Berwick zelf ligt aan de overkant van de rivier, waarover drie bruggen uit verschillende tijdperken liggen. Het is een historisch ommuurd stadje met een rijke geschiedenis, grotendeels bepaald door het feit dat het op de grens van Schotland en Engeland ligt. Morgen blijven we hier want de wind wordt hard en tegen. Die depressie bij IJsland laat weer een stevig front overkomen! We gaan dan de stad goed bekijken, die vast en zeker meer romantiek en schoonheid herbergt dan dit betonnen dock, waar we verder prima liggen hoor! De Schotse gastenvlag is weer gestreken, we zijn precies een maand in Schotland geweest. We kwamen toen aan in Port Ellen, Islay. Het lijkt wel een eeuw geleden en toch is de tijd gevlogen!








