
Maandag 1 mei 2203:
- Burdaard – Warten, 16 mijl, 147,5 mijl totaal
- Vertrek 1030, aankomt 1450 uur
- Wind: Z2 ruimend W2-3
- Weer: zonnig, later bewolkt, 14 graden.
De dag begon stralend met weinig wind en de Dokkumer Ee was op z’n mooist met alle lente kleuren. Langs Bartelhiem met haar beroemde bruggetje, langs Wyns met het gele pontje -nieuw in de verf- en rieten eendenkooien met broedende eenden lekker behaaglijk erin.




In Leeuwarden gingen we vlot door de bruggen en de vrijwel lege Prinsentuin, waar het ‘s zomers zo vol kan liggen. Ook de spoorbruggen ten zuiden van de stad draaiden vlot. Wat opviel aan de tocht waren de vele bomengroepen tjokvol kraaiennesten. Met het bijbehorende kabaal erbij:


Intussen was het aardig bewolkt geraakt, maar de voorspelde regen bleef hangen in het midden van het land. Wij hielden het dus droog. In het dorpje Warten is een kade met plek voor 2-3 jachten midden in het kleine dorpje, vlak bij de kerk (inderdaad, ook op een oude terp). Pinnen doen ze hier nog niet aan: het havengeld diende contant betaald te worden. Het wisselgeld werd helaas in een handvol 20 cent muntjes uitbetaald… En de brugwachter annex havenmeester liep even mee om het toilethuisje speciaal voor ons open te maken.

‘S Avonds trok de lucht weer open en kregen we nog wat zon. We kijken de komende dagen of we de week vol maken: in het weekend is regen voorspeld en daar zitten we niet op te wachten, afhankelijk of om een paar buitjes gaat of dat het langdurig gaat spetteren. Tot en met donderdag blijft het droog, dus we gaan het zien.